Binnen bij het Begijnhof

Het Begijnhof in Amsterdam spreekt tot de verbeelding. Niet alleen door de serene sfeer van het hof omringd door middeleeuwse stadsgevels middenin een drukke wereldstad, maar vooral door de bijzondere bewoonsters.

IK DROOMDE ERVAN OOIT IN AMSTERDAM TE WONEN
De Colombiaanse Adriana woont met veel plezier op het Begijnhof. Als kind bezocht ze tijdens vakanties met haar ouders veel verschillende landen en steden, waaronder Amsterdam. Ze zou nog minstens honderd keer het Begijnhof bezoeken voordat ze hier kwam wonen.

“Ik was denk ik een jaar of 15 toen ik voor het eerst het Begijnhof bezocht. Met ons gezin waren we op vakantie in Europa. Amsterdam maakte veel indruk op mij. Vooral de grachtenpanden vond ik heel mooi, ze leken uit een sprookjesboek te komen. Ik droomde ervan ooit in Amsterdam te wonen.”

Droom die uitkwam
“Met mijn Nederlandse man woonde ik in Colombia, Bolivia, El Salvador, Canada en Amerika. Onze huizen waren gigantisch. Er waren ruimtes die we nooit gebruikten en ik had echt personeel nodig om alles schoon te houden. Uiteindelijk belandden we in 2004 in Nederland.
Ik kwam bijna wekelijks in Amsterdam en bezocht altijd het Begijnhof en de begijnhofkapel. Voor mij is de kerk een plek om te bedanken voor alles wat ik heb. Ik had nooit gedacht dat ik hier ooit zou wonen. Dat kan ook niet als je een gezin hebt, maar nadat mijn kinderen uit huis gingen, gingen mijn man en ik uit elkaar. Ik kwam op de wachtlijst voor het Begijnhof terecht en in december 2019 kreeg ik de sleutels van mijn appartement. Mijn droom was uitgekomen!”

Efficiënt leven enreizen
“Ik ben superblij met mijn appartement, ook al is het klein. Op de derde verdieping heb ik nog een kast van 4m2; mijn walk-in closet. Ik neem iedere keer twee setjes mee naar beneden, zodat ik een paar dagen vooruit kan. Doordat ik zo klein woon, kon ik nauwelijks spullen meenemen. Inmiddels heb ik geleerd om efficiënt te leven. Ik ben sowieso geen verzamelaar en heb nooit moeite gehad met afscheid nemen van spullen uit mijn verleden. Ik voel dat voorwerpen hun eigen vaste tijd hebben om met jou verbonden te zijn.”

Chique hotelkamer
“Mijn appartement ligt op de eerste verdieping en is perfect qua sfeer, ligging en lichtinval. Het voelt als een mooi ingerichte chique hotelkamer met mooie ornamenten aan het plafond. Ik heb geen tuin, maar in de zomer heb ik alle terrasjes en grachten van Amsterdam binnen handbereik. Ik geniet van de levendigheid van de stad.
Als ik echt oud ben, wil ik misschien wel terug naar Colombia. Ik ben ervan overtuigd dat alles in mijn leven op het juiste tijdstip gebeurt. Ik zal het Begijnhof verlaten zodra het tijd is. Niet vroeger, niet later, maar precies op het juiste moment.”

HET ENIGE DAT DE STILTE VERBREEKT, ZIJN DE KERKKLOKKEN
De muziek bracht voormalig radioproducer en cellist Ruth ruim 40 jaar geleden naar Nederland. Ruim 25 jaar geleden verruilde ze New York definitief voor Amsterdam. De stad veranderde in de loop der jaren, maar het Begijnhof bleef dezelfde bijzondere plek van rust.

“De eerste keer dat ik naar Nederland kwam was in 1982. Ik was als cellist en manager verbonden aan een muziekensemble dat werd uitgenodigd door het Holland Festival. Een Nederlandse vriend liet mij toen het Begijnhof zien. Ik voelde een heel krachtige verbinding met deze plek, maar dacht dat je heel rijk moest zijn om in zo’n speciale omgeving te wonen.”

Midtown Manhattan
“Mijn carrière ontwikkelde zich verder in New York, waar ik woonde. Behalve muzikant was ik programmadirecteur van een grote publieke radiozender voor klassieke muziek. Een paar jaar later nodigde Radio Nederland Wereldomroep mij uit om gastproducent te worden van een radioprogramma. Vanaf 1989 kwam ik daarvoor elke lente drie maanden naar Nederland, werkelijk een prachtige baan. Toch ging ik altijd weer terug naar New York. Ik woonde in een kleine, eenvoudige studio in Midtown Manhattan. Op een dag liep ik tussen alle hoge gebouwen en het drukke verkeer en dacht: wat doe ik hier? Ik zou nu liever in Amsterdam zijn.’ In 1996 ben ik uiteindelijk voorgoed naar Amsterdam verhuisd.”

Mixen met kerkklokken
“Voor een radioproducer, muzikant en radioluisteraar is rust ongelofelijk belangrijk. Ik heb op het Begijnhof veel radioprogramma’s voorbereid en honderden uren naar muziek geluisterd. Het enige dat de stilte hier verbreekt, zijn de kerkklokken. Door de jaren heen is het een spel geworden: zullen de kerkklokken deze keer in dezelfde toonsoort staan en echt mixen met de muziek?”

Schoonheid en geschiedenis
“Amsterdam is de beste plek. Ik vind het nog elke dag geweldig om te wonen te midden van zoveel schoonheid en geschiedenis. Als ik hier bij het raam zit, zie ik de Engelse kerk en het pleintje voor de Begijnhofkapel. Dan besef ik dat de Reformatie zich recht voor mijn ogen heeft afgespeeld.
Het is wel verontrustend dat alles in het centrum gericht is op de onvoorstelbare en ondraaglijke hoeveelheid toeristen. Vroeger werden touringcars vol toeristen er bij het Begijnhof uitgelaten en kon je er als bewoner niet in of uit. Gelukkig is er veel verbeterd sinds toeristen niet meer achter de hekjes mogen komen en de poort naar het Spui alleen nog voor bewoners toegankelijk is. Het Begijnhof is langzaam de juiste balans aan het vinden.”

DIT IS NÍET HET SMALSTE HUIS VAN AMSTERDAM
Eva woont al vijftien jaar in Amsterdam, altijd in tijdelijke woonruimte: antikraak of in onderhuur. Op een gegeven moment wilde ze een sociale huurwoning voor zichzelf, maar dat was nog behoorlijk lastig.

“Gek genoeg was ik nog nooit op het Begijnhof geweest omdat ik dit deel van de stad vanwege de drukte altijd vermeed. Wanneer ik nu ’s avonds thuiskom denk ik: wauw, ik woon hier gewoon op deze speciale plek! Je loopt als het ware de historie binnen: vijfhonderd jaar geleden woonden hier ook al mensen. De rust die hier hangt, is heel bijzonder.”

Tuin als extra kamer
“Mijn woning is aan de kleine kant. Ik moest bijna al mijn meubels wegdoen omdat ze te groot zijn voor dit appartement. Er staan nu wat kleinere, luchtige meubels zoals een inschuifbare tafel. Er is weinig bergruimte, dat is wel een nadeel. Veel van mijn spullen staan in een externe berging.
In de zomer fungeert mijn tuin als een soort extra kamer. Ik vind het fantastisch om er een boek te lezen, lekker onkruid te wieden of kruiden te planten. De meeste mensen die langslopen, maken gezellig een praatje.”

Drukte en privacy
“Het halletje en mijn keuken zijn tussen twee panden ingebouwd. Vroeger liep hier een watergang naar de voormalige Begijnensloot. Vanaf de buitenkant zie je dat dit stuk er later tussen is gezet. Een gids vertelde haar Spaanstalige toeristen voor mijn keukenraam dat dit het smalste huis van Amsterdam is. Dat klopt dus niet! Vervolgens keken al die toeristen door mijn keukenraam naar binnen en maakten foto’s. In het begin vond ik het grappig, maar later dacht ik: laat me alsjeblieft met rust. Ik heb toen een briefje op het raam gehangen waarop in het Spaans staat dat dit niet het smalste huis is van Amsterdam. Sindsdien komt die gids niet meer.”

Bijzondere karakters
“Ik heb op het Begijnhof constant het gevoel dat ik in een VPRO-serie zit met allemaal bijzondere personages. Het is hier nooit saai met al die verschillende karakters.
Mijn vorige buurvrouw was zuster Henriette, de laatste non van het hof. Zij was echt een engel; voor iedereen zo lief. Toen ze te ziek was om nog alleen te wonen, ging er iedere nacht iemand bij zuster Henriette logeren. Ik heb ook een nachtje bij haar geslapen. Fantastisch dat hier zo’n sociaal vangnet ontstaat. We zorgen voor elkaar. Dat sociale aspect van wonen op het Begijnhof vind ik echt uniek.”

INSCHRIJVEN VOOR ALS IK LATER GROOT BEN
Jaren geleden, toen de poort nog standaard open was, liep Ellis wel eens over het Begijnhof. Gewoon omdat het een mooiere of kortere route was op weg van de Kalverstraat naar het Spui of het Leidseplein. Een jaar of tien geleden leerde ze het Begijnhof veel beter kennen.

“Zodra je hier binnenloopt, valt alle drukte van de stad ineens weg. Je komt in een ongeloofwaardige oase terecht met een wonderlijke stilte. De twee kerken geven een mooie sfeer aan het Begijnhof. Toen ik mijn nicht hier regelmatig bezocht, dacht ik: laat ik me inschrijven voor later als ik groot ben. Ik had nooit gedacht dat ik binnen drie jaar al zo’n prachtige woning zou krijgen.”

Ineens heb ik deuren
“Ik groeide op in Eindhoven en deed daar de Design Academy. Na mijn afstuderen liep ik stage in Maleisië en toen ik terugkwam, verhuisde ik naar Amsterdam: eerst antikraak op De Wallen, daarna op de Laurierstraat, waar ik twintig jaar heb gewoond. Het was fijn daar, maar de laatste jaren werd de geluidsoverlast door feestende studenten steeds erger.
Ik heb al mijn spullen met de fiets naar het Begijnhof verhuisd. Een paar grote meubels moesten naar binnen getakeld worden, de rest kon via de trap. Op de Laurierstraat had ik alles in één grote ruimte, hier heb ik een aparte keuken en slaapkamer met deuren! Ik slaap hier tien keer beter. Het is hier zo stil, echt fantastisch.”

Veilig
“Tegenwoordig is Amsterdam superdruk. Zo’n mooie stad kunnen we niet alleen voor onszelf houden. Wanneer ik op vrijdagavond van het station naar huis fiets, is het heel hectisch: overal dronken mensen en glasscherven op straat. Daar moet je even doorheen en dan doe je de poort open en kom je in het heerlijk rustige Begijnhof. Ik voel me hier superveilig, ik hoef mijn voordeur niet eens op slot te doen. In de stad voel ik me trouwens ook veilig: er zijn altijd mensen om je heen.”

Perfecte kandidaat
“Ieder seizoen in Amsterdam is heerlijk. In de herfst gaan de lichten steeds vroeger aan in de huizen. Dan kun je overal naar binnen kijken. Het is zo leuk dat je zoveel leven om je heen ziet. Ik zou nooit in een dorp willen wonen of boven op een berg. Ook ga ik nooit samenwonen, ik heb mijn eigen ruimte nodig. Eigenlijk ben ik de perfecte kandidaat om oud te worden op het Begijnhof.”

ALLES VERANDERT, DAT MOET JE AANVAARDEN
In 1977 kwam de Duitse Gaby voor de liefde naar Nederland. Ze was 28 en woonde met haar Nederlandse vriendin in Zandvoort. Die liefde is niet gebleven, maar Gaby wel. Ze woont inmiddels ruim twintig jaar op de prachtigste plek van Amsterdam.

“Ik heb 25 jaar in een visrestaurant in de Spuistraat gewerkt. Op een dag belde er een dame op met de vraag of we ook konden bezorgen. Ze lag al jarenlang ziek in bed en wilde zo graag vis eten op vrijdag. Zo kwam het dat ik elke vrijdag een maaltijd bezorgde op het Begijnhof.”

Gezamenlijke maaltijden
“Ik vond het Begijnhof prachtig, schreef me in en na drie jaar kreeg ik deze woning. Ik was 51 en alleenstaand. Door hier te gaan wonen, was ik niet meer helemaal alleen. Het Begijnhof was in de beginjaren een warm bad. Vaak kwam ik laat thuis uit het visrestaurant. Als ik nog licht zag branden bij mijn buurvrouw dronk ik daar nog een borreltje.
Ik kookte twee keer per jaar voor zo’n 30 à 40 Begijnhofbewoonsters. Ik had een grote mand aan een touw, waarmee we pannen en schalen met gerechten naar beneden takelden. Sommige vrouwen hielpen met boodschappen doen, maar koken deed ik liever alleen omdat mijn keuken zo klein is. Iedereen nam een stoel, een bord en drank mee en dan aten we buiten gezellig aan lange tafels.”

Stamkroeg
“Ik ga bijna dagelijks naar mijn stamkroeg om de hoek: Café de Zwart. ’s Ochtends ga ik koffiedrinken en de krant lezen en soms drink ik er ‘s avonds een biertje. Het is gezellig omdat ik veel stamgasten ken.
Vanuit mijn huis kijk ik op de levendigheid van het Spui. Omdat ik zo hoog woon, kijken mensen gelukkig niet bij mij binnen.
De laatste jaren is het aantal Begijnhofbezoekers schrikbarend toegenomen. Ik zat bijna tien jaar in de bewonerscommissie en we hebben gevochten voor de hekjes die bepaalde delen van het Begijnhof voor het publiek afsluiten.
Vroeger was heus niet alles beter hoor, het verandert gewoon en dat moet je aanvaarden.”

Grootste angst
“Ik hoop hier nog lang in goede gezondheid te wonen. Ik wil niet meer verhuizen, maar als je niet meer kunt traplopen, moet je toch beneden gaan wonen. Mijn grootste angst is dat er een rijke investeerder komt, die het hele Begijnhof opkoopt en er luxe koopappartementen in maakt. Ik zou me verzetten tot en met; ik zou mijn eigen huis bezetten!”

IK BLIJF MAAR BOEKEN KOPEN
Als het aan Lidewij ligt, gaat ze nooit meer weg van het Begijnhof. Voordat ze hier kwam wonen, is ze zo vaak verhuisd, dat ze nu blijft zitten waar ze zit: in de oude binnenstad van Amsterdam, waar ze is opgegroeid en waar ze zo van houdt.

“Ik ben geboren en getogen in Amsterdam en heb altijd van de oude karakteristieke gebouwen van de stad gehouden. Samen met mijn moeder wandelde ik regelmatig over het Begijnhof en over de binnenplaats van het Amsterdam Museum, het vroegere Burgerweeshuis. Op een gegeven moment moesten we onze bovenwoning aan de Herengracht verlaten. We hebben toen met een vriendin van mijn moeder op de Realengracht twee kleine pakhuizen gekraakt. Die hoorden bij de Batco-fabriek, een oude sigarettenfabriek die al lange tijd leeg stond.”

Rondzwerven
“Ik had me nooit ergens ingeschreven, waardoor ik acht jaar heb rondgezworven. Via-via hoorde ik dat je voor een woning op het Begijnhof geen inschrijfduur nodig had. Ik liet mezelf op de wachtlijst plaatsen en binnen een half jaar kreeg ik deze woning aangeboden, recht tegenover het Maagdenhuis. Je zult op het Begijnhof niet zo snel vereenzamen. Maar ik vind het vooral ook fijn om mijn eigen ding te doen, ik ben graag op mezelf.”

Taalcoach
“Tot 2021 werkte ik op het secretariaat van Sociëteit De Kring, een kunstenaarssociëteit. Helaas werd mijn baan boventallig verklaard door de coronacrisis. Binnenkort begin ik als vrijwillig taalcoach voor anderstalige en laaggeletterde volwassenen. Eigenlijk is het schandalig dat je voor zulk belangrijk werk niet betaald wordt.
Ik hou erg van lezen. Toen ik hier kwam wonen, dacht ik: nu koop ik nooit meer een boek want er is geen plaats voor. Maar er zitten verschillende boekwinkels om de hoek en ik koop nog steeds veel boeken.”

Rust op het hofje
“In vergelijking met mijn jeugd is het heel druk geworden in Amsterdam. Het centrum wordt aangepast aan de consumerende massa. Vroeger had je nog kleine buurtwinkeltjes, maar die zijn helaas allemaal verdwenen. Op zondag was het vroeger echt stil in Amsterdam. Dan maakten de mensen een wandelingetje in hun zondagse goed. Door de coronacrisis werd het opnieuw stil in de stad. Ik vond dat bevreemdend en tegelijkertijd fantastisch om mee te maken. Het Begijnhof was dicht voor bezoekers; iedereen die je tegenkwam, was medebewoner. Ik heb toen veel nieuwe vrouwen leren kennen!”